Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 24 april 2025
als beweerdelijk gemachtigde van [X]te [Z] , belanghebbende,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake de WOZ-waarde en aanslag onroerende-zaakbelastingen voor een woning in Rotterdam. Belanghebbende werd vertegenwoordigd door [Y], die een machtiging overlegde gedateerd 21 februari 2023. Het Hof stelde echter dat vanwege het tijdsverloop en de aard van de volmacht een recente machtiging (niet ouder dan zes maanden) en een kopie van een geldig identiteitsbewijs vereist zijn.
Ondanks verzoeken van het Hof om deze documenten te overleggen, kon [Y] ter zitting geen recente volmacht of identiteitsbewijs tonen. Het Hof constateerde gerede twijfel aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid en wees erop dat de overgelegde volmacht niet door belanghebbende was ondertekend. Dit leidde tot de conclusie dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
De inhoudelijke geschilpunten over de WOZ-waarde en de aanslag werden daardoor niet inhoudelijk behandeld. Het Hof wees ook op jurisprudentie die het recht bevestigt om een recente volmacht te verlangen bij twijfel aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak is op 24 april 2025 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Den Haag. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente volmacht en geldig identiteitsbewijs van belanghebbende.