ECLI:NL:RVS:2024:4915
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen besluit bezwaar verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 september 2023 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 9 februari 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
Zowel de vreemdeling als de minister stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling niet leidt tot vernietiging van het vonnis omdat het geen relevante rechtsvragen bevat. Het hoger beroep van de minister was deels gegrond: de rechtbank had ten onrechte bepaald dat de minister de vreemdeling opnieuw moest horen over het gelijkheidsbeginsel, terwijl de minister aannemelijk had gemaakt dat de door de vreemdeling aangedragen gelijke gevallen berusten op ambtelijke misslagen.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en bevestigde de rest van de uitspraak. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden omdat geen griffierecht is geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond, dat van de minister gegrond, waarbij het deel van het vonnis dat een nieuw besluit op bezwaar opdroeg wordt vernietigd en de rest wordt bevestigd.