ECLI:NL:RVS:2024:4946
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 mei 2023 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen.
De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 oktober 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op zijn Dublinoverdracht aan Polen, mede gelet op recente jurisprudentie en het AIDA-rapport over Polen van juni 2024.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange op 2 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.