ECLI:NL:RVS:2024:5299
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van familieleven
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juli 2020 de aanvraag van twee Syrische vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdelingen, familie van een jongvolwassene met een verblijfsvergunning, stelden dat zij recht hadden op verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro over familieleven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Raad van State overweegt dat de minister terecht een belangenafweging maakte waarbij rekening werd gehouden met het jongvolwassenenbeleid en het economisch belang van Nederland. De minister hoefde niet te bewijzen dat er zeer bijzondere omstandigheden waren, omdat familieleven reeds was vastgesteld. De Raad oordeelt dat de minister de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt en dat de rechtbank dit onvoldoende heeft erkend.
Verder oordeelt de Raad dat de procedure ruim vier maanden de redelijke termijn heeft overschreden en veroordeelt de minister tot betaling van een schadevergoeding van €500 en proceskosten van €437,50. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen.