ECLI:NL:RVS:2024:535

Raad van State

Datum uitspraak
8 februari 2024
Publicatiedatum
9 februari 2024
Zaaknummer
202400823/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-behandeling verblijfsaanvraag

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 december 2023 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 februari 2024 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om zijn voorgenomen overdracht op 9 februari 2024 te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat, omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken, een voorlopige voorziening als ordemaatregel passend is. Daarom wordt bepaald dat de overdracht op 9 februari 2024 niet zal plaatsvinden totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende verzoek. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan op 8 februari 2024 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. C.C.W. Lange.

Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 9 februari 2024 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202400823/2/V2.
Datum uitspraak: 8 februari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 februari 2024 in zaak nr. NL23.39695 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 19 december 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 2 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 4 februari 2024 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 februari 2024 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 9 februari 2024 om 11.00 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 9 februari 2024 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Lange
voorzieningenrechter
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2024
897