ECLI:NL:RVS:2024:568
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 4 december 2023 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 januari 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gelet op eerdere zaken over het interstatelijk vertrouwensbeginsel en prejudiciële vragen van de rechtbank Den Haag. De procedure voor de voorlopige voorziening is hiervoor niet geschikt, waardoor een voorlopige voorziening wordt getroffen.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde partij.
De uitspraak is gedaan op 9 februari 2024 door voorzieningenrechter C.C.W. Lange, in aanwezigheid van griffier A.M. van Meurs-Heuvel.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.