ECLI:NL:RVS:2024:653
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid politieke oppositie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 18 januari 2022. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. De kern van de zaak draait niet om de vraag of de vreemdeling een fundamentele politieke overtuiging heeft, waardoor de zaak buiten de reikwijdte valt van de recente jurisprudentie van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:63). De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de staatssecretaris niet onterecht heeft aangenomen dat de vreemdeling in Azerbeidzjan niet als politiek opposant wordt gezien en daarom geen gegronde vrees voor vervolging heeft.
Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat een nadere motivering niet vereist is. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.