ECLI:NL:RVS:2024:792
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor voortzetting exploitatievergunningen passagiersvaart
Sinta B.V. en andere ondernemingen hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het aflopen van hun exploitatievergunningen per 1 maart 2024, waardoor zij hun vaartuigen niet meer voor passagiersvaart kunnen inzetten. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek op 27 februari 2024 behandeld.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat het verlies van drie exploitatievergunningen en twee gedoogverklaringen de continuïteit van de bedrijfsvoering van Sinta en anderen ernstig bedreigt. Hoewel de financiële belangen op zichzelf geen spoedeisendheid rechtvaardigen, is de dreiging van bedrijfsstilstand doorslaggevend.
In de belangenafweging weegt het belang van Sinta en anderen om hun bedrijfsvoering voort te zetten zwaarder dan het belang van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bij handhaving van het volumebeleid. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, waarbij de vergunningen voor de vaartuigen ‘Sinta 2’, ‘Anne Frank’ en ‘Blop’ worden geacht te zijn verlengd tot de uitspraak in de hoofdzaak. De gedoogverklaringen vallen niet onder deze voorziening.
Daarnaast is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Sinta en anderen. De uitspraak benadrukt dat de hoofdzaak later in 2024 zal worden behandeld, waarbij een definitief oordeel zal volgen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor de exploitatievergunningen voor drie vaartuigen worden geacht te zijn verlengd tot de uitspraak in de hoofdzaak.