ECLI:NL:RVS:2024:905
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake intrekking verblijfsvergunning wegens hoofdverblijf buiten Nederland
De vreemdeling, met de Angolese nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid meermalen verlengde. In 2019 werd haar aanvraag tot verlenging afgewezen en de vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken op grond dat zij haar hoofdverblijf buiten Nederland had gevestigd. De staatssecretaris baseerde dit op uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP) en andere feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende gelegenheid had geboden om het vermoeden van hoofdverblijf buiten Nederland te weerleggen, mede omdat het intrekkingsmoment was vervroegd van 2015 naar 2014. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het standpunt over het vertrek in 2015 niet was losgelaten en dat de uitschrijving uit de BRP een belangrijke aanwijzing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het standpunt van de staatssecretaris was losgelaten en dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat zij haar hoofdverblijf in Nederland had gehouden. Ook was het afzien van horen in bezwaar in deze zaak gerechtvaardigd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.