ECLI:NL:RVS:2025:1162
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over woningsluiting wegens drugshandel in Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam sloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning in Rotterdam voor zes maanden vanwege de vondst van harddrugs en aanverwante goederen. De huurder, [wederpartij], maakte bezwaar tegen de sluiting, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom [wederpartij] een verwijt kon worden gemaakt en de sluiting niet onevenredig was.
De burgemeester stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester wel degelijk voldoende had gemotiveerd waarom [wederpartij] tekort was geschoten in het toezicht op de woning, mede gezien de omvang en zichtbaarheid van de drugs en aanverwante goederen. Ook is persoonlijke strafrechtelijke verwijtbaarheid niet vereist voor de bestuursrechtelijke sluiting.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 september 2022 en verklaarde het beroep van de burgemeester ongegrond. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 september 2022 worden vernietigd.