ECLI:NL:RVS:2025:1386
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 6 oktober 2023 in bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege toepassing van de Dublinverordening. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 31 oktober 2023 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld door de bewaring niet tijdig op te heffen na de toewijzing van een voorlopige voorziening op 9 oktober 2023, die de overdracht aan België tijdelijk opschortte. Hierdoor was vanaf 9 oktober 2023 geen zicht meer op overdracht binnen de wettelijke termijn.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en kent aan de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van 11 tot en met 17 oktober 2023. Tevens worden de proceskosten van de vreemdeling vergoed. De maatregel van bewaring was inmiddels opgeheven, zodat een bevel tot opheffing achterwege blijft.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig voortgezet vanaf 9 oktober 2023, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en een schadevergoeding toegekend.