ECLI:NL:RVS:2025:2069
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.H. Bangma
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie afgeloste private schulden in toeslagenherstelregeling
Deze zaak betreft het hoger beroep van een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire tegen besluiten van de minister van Financiën waarin compensatie voor afgeloste private schulden werd geweigerd. De schulden betreffen pandbeleningen bij het Pandhuis van de Gemeentelijke Kredietbank Den Haag, die de appellant heeft afgelost met gelden uit de Catshuisregeling.
De minister wees de aanvraag af omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), met name het vereiste dat de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar moest zijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat pandbeleningen private schulden zijn en dat alleen achterstallige rentebetalingen vergoed kunnen worden, niet de hoofdsom.
In hoger beroep stelde appellant dat de pandleningen als publieke schulden moesten worden aangemerkt en dat de toepassing van het opeisbaarheidsvereiste in haar situatie onredelijk was. De Afdeling verwierp deze argumenten, oordeelde dat de wetgever het vereiste van opeisbaarheid bewust heeft gesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Het hoger beroep tegen het niet overnemen van schulden werd niet-ontvankelijk verklaard, het hoger beroep tegen de afwijzing van compensatie ongegrond en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet overnemen van private schulden is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep tegen de afwijzing van compensatie voor afgeloste schulden is ongegrond verklaard.