ECLI:NL:RVS:2025:2071
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid en evenredigheid indelingsplan pleinterras Onze Lieve Vrouweplein Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht stelde op 29 september 2020 een indelingsplan vast voor het pleinterras aan het Onze Lieve Vrouweplein, waarbij het beschikbare terras in gelijke delen werd verdeeld over zes horecaexploitanten. Appellante, exploitant van een horecalokaliteit aan het plein, kreeg minder vierkante meters toegewezen dan voorgaande jaren en betwistte de plaatsing van het terras.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het collegebesluit. Appellante stelde in hoger beroep dat artikel 13 van Pro de Terrasverordening in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, en dat het college onredelijk handelde door niet het oude terrassenbeleid toe te passen dat een maximale wijziging van 10% van de vergunde oppervlakte toestond.
De Afdeling oordeelde dat de verdeling in gelijke delen een objectieve, logische en geschikte methode is om de schaarse terrasruimte eerlijk te verdelen, en dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot een evenredige verdeling naar eerdere oppervlakte. Ook is het college niet onredelijk of onzorgvuldig geweest door het oude beleid niet toe te passen, aangezien geen overgangsrecht was opgenomen en het huidige beleid rekening houdt met rechtspraak over schaarse rechten.
Voorts is het unanimiteitscriterium voor een gezamenlijk voorstel niet onredelijk, en het alternatieve voorstel van appellante werd afgewezen omdat het niet unaniem was en een deel van het terras onbenut liet. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.