ECLI:NL:RVS:2021:769
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving recreatief gebruik woning zonder permanent verblijf afgewezen in hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Veere legde aan de eigenaar van een woning en bijgebouw een last onder dwangsom op omdat zij de woning recreatief gebruikte zonder deze permanent te bewonen, in strijd met het bestemmingsplan en de Huisvestingswet.
De eigenaar betwistte dit en stelde dat zij vanaf 1 januari 2019 de woning permanent bewoonde, maar de rechtbank oordeelde dat het college terecht dwangsommen had opgelegd en invorderingsbesluiten had genomen. De rechtbank vernietigde enkele invorderingsbesluiten vanwege het ontbreken van een hoorprocedure, maar liet de rechtsgevolgen grotendeels in stand.
In hoger beroep stelde de eigenaar dat de woning wel degelijk permanent werd bewoond en dat het college onredelijk had gehandeld door dwangsommen te innen en geen betalingsregeling te treffen. De Raad van State oordeelde dat het college voldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd, waaronder controleverslagen en verklaringen van huurders, die aannemelijk maken dat de woning niet als hoofdverblijf werd gebruikt.
De Raad van State bevestigde dat medische omstandigheden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen tot afzien van invordering kunnen leiden en vond geen bijzondere omstandigheden aanwezig. Ook het verzoek om een betalingsregeling werd afgewezen omdat het college dit redelijk had gemotiveerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad van State wees tevens het verzoek om vergoeding van deskundigenkosten af omdat deze niet verband hielden met de gegrond verklaarde beroepsgrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.