ECLI:NL:RVS:2025:2294
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.O. van Veldhuizen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ernstig gevaar bij weigering omgevingsvergunning op grond van Wet Bibob
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde een omgevingsvergunning voor sloop en nieuwbouw op het landgoed van appellant op grond van artikel 3 van Pro de Wet Bibob wegens ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak deels en bevestigt de weigering van de vergunning op basis van de a-grond van de Wet Bibob. Het college had het advies van het Landelijk Bureau Bibob gebruikt en aanvullend eigen onderzoek gedaan naar het financieel voordeel dat appellant zou hebben behaald met overtredingen bij verschillende panden.
De Afdeling oordeelt dat het college het financieel voordeel voldoende heeft onderbouwd en dat het ernstig gevaar aannemelijk is. De b-grond kan niet worden toegepast wegens eerdere onherroepelijke uitspraken. Het incidenteel hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Tevens kent de Afdeling appellant een aanvullende schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn door de bestuursrechter.
Uitkomst: De weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd en appellant krijgt een aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.