ECLI:NL:RVS:2025:2390
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel en toekenning proceskosten aan betrokkene
Bij besluit van 9 oktober 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en kende betrokkene schadevergoeding toe.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ontvankelijk, ondanks een onjuiste rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank, en beoordeelde het hoger beroep inhoudelijk.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord en het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Omdat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf het begin onrechtmatig was, was ambtshalve toetsing niet nodig. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, begroot op € 907,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met veroordeling tot proceskostenvergoeding.