ECLI:NL:RVS:2025:2758
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel naar rechtbank en proceskostenvergoeding
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Tijdens de procedure trok verzoeker het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn. Daarom zag de Afdeling aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen en paste zij een wegingsfactor van 0,5 toe vanwege het beperkte onderwerp van het hoger beroep.
Omdat het hoger beroep was ingetrokken, beperkte de toetsing zich tot het besluit van 16 mei 2025. De Afdeling besloot het beroep tegen dit besluit naar de rechtbank Den Haag te verwijzen, aangezien deze rechtbank gespecialiseerd is in de toetsing van asielbesluiten in eerste aanleg. Hiermee wordt tevens de functie van de hogerberoepsrechter in de Vreemdelingenwet 2000 gerespecteerd.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 mei 2025 wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten.