ECLI:NL:RVS:2025:2827
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit registratie vertrek met onbekende bestemming in BRP
Appellante stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een adres in Maassluis dat zij huurde van een woningstichting. Het college van burgemeester en wethouders registreerde haar ambtshalve als vertrokken met onbekende bestemming, omdat zij niet werd aangetroffen bij huisbezoeken, geen wijziging van adres had doorgegeven en het energieverbruik laag was.
Appellante voerde aan dat zij wel degelijk bereikbaar was via telefoon en e-mail, dat zij gesprekken had gevoerd met het college en dat zij tijdelijk elders verbleef vanwege haar werk en financiële situatie. Zij betwistte de betrouwbaarheid van het adresonderzoek en leverde verklaringen van buren over haar verblijf.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte heeft geconcludeerd dat appellante niet op het adres woonde. De huisbezoeken waren beperkt en vonden in de avonduren plaats, terwijl appellante dan vaak afwezig was. Het lage energieverbruik kon verklaard worden door haar situatie en het ontbreken van een cv-ketel. De verklaringen van buren waren tegenstrijdig en onvoldoende om het vertrek vast te stellen.
Daarom is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 2.22, eerste lid, van de Wet BRP voor ambtshalve uitschrijving. Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en de registratie ongedaan gemaakt. Tevens is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ambtshalve uitschrijving van appellante uit de BRP wegens vertrek met onbekende bestemming wordt vernietigd en ongedaan gemaakt.