ECLI:NL:RVS:2025:3247
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging voor partner in bestuursrechtelijke procedure bevestigd
Appellant B en haar partner kregen een bestuurlijke boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Hun bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Appellant A, advocaat, vroeg namens beiden twee toevoegingen aan voor rechtsbijstand in de hoger beroepsprocedure. De raad voor rechtsbijstand verleende een toevoeging aan de partner van appellant B, maar wees de aanvraag voor appellant B af omdat zij hetzelfde rechtsbelang deelden.
De rechtbank verklaarde de afwijzing van de toevoeging aan appellant B terecht, omdat het rechtsbelang identiek was en er geen sprake was van verschillende procedures. Appellant A en B stelden in hoger beroep dat toevoegingen persoonsgebonden zijn en dat appellant A meer werkzaamheden had verricht, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant B geen belang had bij inhoudelijke beoordeling en verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk.
Het beroep van appellant A werd inhoudelijk beoordeeld, maar de Afdeling vond geen reden om de rechtbank te veroordelen en bevestigde het oordeel dat slechts één toevoeging voor het gezamenlijke rechtsbelang toereikend was. De Afdeling wees ook proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant B wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant A wordt ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de toevoeging voor appellant B wordt bevestigd.