ECLI:NL:RVS:2025:3335
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing beroep asielbesluit en toewijzing proceskosten na intrekking hoger beroep
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een afgewezen aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie diende een nader stuk in. Verzoeker trok het hoger beroep op 9 juli 2025 in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van verlengingen. Daarom was toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding op zijn plaats. De Afdeling paste een wegingsfactor toe van 0,5 omdat het hoger beroep uitsluitend over de overschrijding van de beslistermijn ging.
Verder werd het beroep tegen het besluit van 26 mei 2025, waarbij de asielaanvraag werd afgewezen, van rechtswege geacht onderwerp van het geding te zijn. De Afdeling verwees dit beroep naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, omdat deze rechtbank gespecialiseerd is in asielzaken en eerste aanleg behandelt, met mogelijkheid tot hoger beroep.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 21 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het asielbesluit wordt verwezen naar de rechtbank en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50.