ECLI:NL:RVS:2025:3371
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielverblijfsvergunning
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister nog geen besluit had genomen. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in.
Tijdens de procedure nam de minister alsnog een besluit op 28 mei 2025, waarbij de aanvraag werd ingewilligd. Hierdoor was het doel van de procedure bereikt en had appellant geen belang meer bij het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling overwoog dat ondanks het besluit de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden. Daarom werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over de niet tijdige besluitvorming ging.
Het besluit van de minister werd door appellant aanvaard, waardoor geen beroep van rechtswege meer kon ontstaan. De Afdeling sprak het vonnis uit op 23 juli 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.