ECLI:NL:RVS:2025:3413
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- J.J.W.P. van Gastel
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ontheffing Wet natuurbescherming voor ontwikkeling theehuis en dierenbegraafplaats op landgoed
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ontheffing voor het beschadigen van vaste voortplantings- en rustplaatsen van de das ten behoeve van de bouw van een theehuis, parkeerplaats en dierenbegraafplaats op een landgoed. De Stichting Dassenwerkgroep Utrecht & ’t Gooi maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de besluiten tot verlenging van de ontheffing.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet aannemelijk zou zijn dat de ontwikkeling een overtreding van artikel 3.10 van de Wnb oplevert. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze beslissing en oordeelt dat het aannemelijk is dat de ontwikkeling leidt tot aantasting van essentieel foerageergebied van de das, waardoor de functionaliteit van vaste voortplantings- of rustplaatsen wordt aangetast.
De Afdeling beoordeelt verder dat het college terecht de ontheffing heeft verleend, omdat er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de ontheffing geen afbreuk doet aan het streven de das in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Ook acht de Afdeling het college niet in strijd met het motiveringsvereiste of het verbod van détournement de pouvoir gehandeld. Het beroep tegen de verlenging van de ontheffing is ongegrond. De Afdeling wijst een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim 3,5 jaar.
Uitkomst: Het beroep van de dassenwerkgroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffing blijft van kracht met een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.