ECLI:NL:RVS:2025:3693
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onterechte toerekening omzetting woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan [appellante] een bestuurlijke boete van €10.000 op wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder de vereiste vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de overtreding onomstreden was, maar dat het college ten onrechte [appellante] als functioneel pleger had aangemerkt. Hoewel zij eigenaar was en beschikkingsmacht had over de woning, was niet aannemelijk dat zij wist van de overtreding of dat zij onvoldoende zorg had betracht om deze te voorkomen. De huurovereenkomst en het rapport van bevindingen ondersteunden haar stelling dat zij niet op de hoogte was van de illegale onderverhuur aan meer dan drie personen.
De Afdeling vernietigde het besluit tot oplegging van de boete en het besluit op bezwaar, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat de toerekening van een bestuurlijke boete aan een eigenaar als functioneel pleger strenge criteria vereist.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.000 aan [appellante] wordt vernietigd wegens onterechte toerekening als functioneel pleger.