ECLI:NL:RVS:2025:4181
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in asielzaak wegens overschrijding beslistermijn
In deze zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend, waarna verzoeker het hoger beroep heeft ingetrokken en tegelijkertijd een verzoek tot proceskostenveroordeling heeft ingediend op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat proceskostenveroordeling kan worden toegewezen indien de minister aan de appellant tegemoet is gekomen of het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen. De minister heeft op 28 juli 2025 het verzoek van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd, ondanks dat de beslistermijn van vijftien maanden was overschreden.
De Afdeling stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat verzoeker recht heeft op vergoeding van de proceskosten die verband houden met het hoger beroep. De Afdeling past een wegingsfactor van 0,5 toe omdat het hoger beroep uitsluitend ging over het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee wordt het verzoek van verzoeker toegewezen.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens overschrijding van de beslistermijn.