ECLI:NL:RVS:2025:427
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Instituut Mijnbouwschade Groningen inzake identieke schades
Appellant diende een aanvraag in bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor vergoeding van schade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. Het Instituut kende een schadevergoeding toe, maar weigerde vergoeding voor drie schades die identiek waren aan eerder door NAM beoordeelde schades.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het Instituut niet bevoegd was deze schades te beoordelen en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd voor toepassing van de hardheidsclausule. Appellant stelde in hoger beroep dat de schades waren verergerd en dat het Instituut de hardheidsclausule had moeten toepassen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schades waren verergerd en dat de motivering van het Instituut juist was. Ook was er geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.