ECLI:NL:RVS:2025:5088
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inzageverzoek persoonsgegevens en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De appellant heeft een langdurig geschil met de Belastingdienst over aansprakelijkheidsstelling voor belastingschulden van gefailleerde vennootschappen en verzocht om inzage in zijn fiscale dossier en de Fraudesignaleringsvoorziening (FSV). De minister weigerde inzage, waarop de rechtbank deels de appellant gelijk gaf en de minister verplichtte een overzicht van verwerkte persoonsgegevens te verstrekken. Vervolgens verklaarde de rechtbank een later beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de minister niet verplicht was alle documenten te verstrekken en dat het verzoek beperkt was tot eigen persoonsgegevens.
De appellant voerde in hoger beroep aan dat de FIOD betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek en dat er meer persoonsgegevens verwerkt zouden zijn, onder meer door derden zoals verzekeraars en banken. De Afdeling oordeelde dat het verzoek beperkt is tot persoonsgegevens bij de Belastingdienst en dat de minister terecht een zoekslag deed binnen de relevante directie. Het verzoek om inzage in gegevens van derden werd afgewezen. Tevens werd het verzoek om een schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure behandeld. De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn van vier jaar was overschreden en kende een aanvullende vergoeding toe.
Het verzoek om schadevergoeding wegens de weigering van inzage in overige gegevens werd afgewezen, omdat geen sprake was van een onjuiste uitspraak of schending van het inzagerecht. De Afdeling bevestigde de aangevallen uitspraak, wees het verzoek om schadevergoeding behalve voor de termijnoverschrijding af, en veroordeelde de minister en de Staat tot betaling van een schadevergoeding aan de appellant.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.