ECLI:NL:RVS:2025:5117
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na intrekking hoger beroep asielaanvraag
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, maar trok dit beroep in nadat de minister alsnog de aanvraag op 11 september 2025 had ingewilligd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb.
De Afdeling overwoog dat de minister de beslistermijn van vijftien maanden had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van eventuele verlengingen van deze termijn. Omdat de minister alsnog aan de aanvraag had voldaan, zag de Afdeling aanleiding om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker had gemaakt in verband met het hoger beroep.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €453,50, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling paste een wegingsfactor van 0,5 toe omdat het hoger beroep uitsluitend betrekking had op de niet-tijdige beslissing van de minister. Hiermee werd het verzoek om proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens overschrijding beslistermijn.