ECLI:NL:RVS:2025:5354
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor kamerbewoning door studenten in Rotterdam bevestigd na hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 29 juni 2020 een vergunning voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen aan belanghebbende op een adres in Rotterdam. Appellant sub II maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt en niet voldoet aan de vereisten uit de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub II gegrond, vernietigde het besluit van het college en wees de vergunningaanvraag af. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State, die op 5 november 2025 uitspraak deed.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht heeft geoordeeld dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid, mede vanwege de verplichting tot vrijwilligerswerk in de huurovereenkomst en het ontbreken van recente overlastmeldingen. De rechtbank mocht niet zelf in de zaak voorzien door de vergunningaanvraag af te wijzen.
Het incidenteel hoger beroep van appellant sub II werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het besluit van 16 februari 2021, waarbij het college het bezwaar ongegrond verklaarde, bleef in stand. Hierdoor beschikt belanghebbende over een geldige vergunning voor kamerbewoning.
Uitkomst: De vergunning voor kamerbewoning door studenten op het adres in Rotterdam wordt bevestigd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.