ECLI:NL:RVS:2025:539
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- C.H. Bangma
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving stillegging waterkrachtcentrale ter bescherming van bedreigde schieraal
Vattenfall exploiteert sinds 1990 een waterkrachtcentrale (wkc) in de rivier de Maas bij Lith/Alphen. De centrale veroorzaakt een gemiddelde schieraalsterfte van 23%, terwijl de schieraal een zeer bedreigde vissoort is. De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde bij besluit van 14 oktober 2021 een last onder bestuursdwang op om de wkc stil te leggen tot en met 31 december 2021, omdat Vattenfall niet beschikte over een geldige watervergunning na vernietiging van de eerdere vergunning in 2020.
Vattenfall stelde bezwaar en beroep in tegen de handhaving, stellende dat de minister de vergunningprocedure bewust had vertraagd en dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. De rechtbank wees het beroep af en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat de minister bevoegd was tot handhaving, dat er geen sprake was van opzettelijke vertraging door de minister, en dat de volledige stillegging noodzakelijk was om de schieraalsterfte onder de 5% te houden. Ook het belang van duurzame energieopwekking en de financiële belangen van Vattenfall wegen niet zwaarder dan het ecologisch belang. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen onrechtmatig besluit of handelen is vastgesteld.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de handhaving van de stillegging van de waterkrachtcentrale en wijst het verzoek om schadevergoeding af.