ECLI:NL:RVS:2025:5598
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- G.O. van Veldhuizen
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking natuurvergunning geitenhouderij Gelderland
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland wees op 2 november 2020 het verzoek van omwonenden af om de natuurvergunning van een geitenhouderij in Gendt in te trekken op grond van gewijzigde omstandigheden en dreigende verslechtering van het Natura 2000-gebied Rijntakken.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het ging om de gewijzigde omstandigheden, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en vernietigt het besluit voor zover het ziet op artikel 5.4, eerste lid en onder d, van de Wet natuurbescherming (Wnb). De geitenstop uit de Omgevingsverordening Gelderland wordt niet als een gewijzigde omstandigheid in de zin van artikel 5.4 Wnb aangemerkt.
Voor het tweede lid van artikel 5.4 Wnb, dat intrekking vereist bij dreigende verslechtering van Natura 2000-gebieden, bevestigt de Afdeling het collegebesluit dat de rechtsgevolgen in stand blijven. Hoewel omwonenden kritiek hadden op de onderbouwing van de maatregelen, acht de Afdeling de motivering en ecologische onderbouwing voldoende. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de omwonenden en vergunninghouder.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van intrekking natuurvergunning op grond van gewijzigde omstandigheden wordt vernietigd, rechtsgevolgen op grond van dreigende verslechtering blijven in stand.