ECLI:NL:RVS:2025:5765
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over financiële tegemoetkoming na FSV-registratie
De minister van Financiën heeft appellant bij brief van 29 juli 2023 meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming wegens een registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar de minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit zou zijn. De rechtbank Noord-Holland oordeelde eveneens dat de brief geen besluit was en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat de brief wel een besluit is, verwijzend naar jurisprudentie waarin een vergelijkbare brief als afwijzend schadebesluit werd aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het tegemoetkomingsbeleid in het kader van de FSV geen wettelijke grondslag heeft, maar als buitenwettelijk begunstigend beleid wel kan dienen als grondslag voor besluiten. De brief van 29 juli 2023 is daarmee een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 20 september 2023 dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De minister wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarin hij het standpunt deugdelijk moet motiveren. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De minister moet de proceskosten en het griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de minister vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.