ECLI:NL:RVS:2025:5822
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankbeslissing over leeftijdsbepaling en opvang minderjarige asielzoeker
Betrokkene vroeg een verblijfsvergunning asiel aan en verklaarde minderjarig te zijn, waarop het COa hem in een minderjarigenopvang plaatste. De minister stelde op basis van Eurodac-gegevens vast dat betrokkene meerderjarig is en paste zijn geboortedatum aan. Het COa plaatste betrokkene daarop in een meerderjarigenopvang. Betrokkene stelde concrete aanknopingspunten voor twijfel aan zijn meerderjarigheid, waaronder een doopakte en een voogdverslag.
De rechtbank vernietigde het besluit tot overplaatsing naar de meerderjarigenopvang, omdat het COa onvoldoende had gewacht op een eigen standpunt na navraag bij de minister. Het COa ging in hoger beroep, maar de Raad van State bevestigde de rechtbankuitspraak. De Afdeling benadrukte dat het COa bij twijfel aan de leeftijd navraag moet doen bij de minister en een eigen standpunt moet vormen over de opvangbehoeften.
De Raad van State oordeelde dat het COa niet deugdelijk had gemotiveerd waarom het verslag van de voogd niet was meegewogen, terwijl dit relevant was voor de opvangbehoeften. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het COa werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa is ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat betrokkene als minderjarige moet worden behandeld totdat een eigen standpunt is gevormd.