ECLI:NL:RVS:2025:5891
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing financiële tegemoetkoming wegens onrechtmatige FSV-registratie
De minister van Financiën had appellant medegedeeld dat hij geen financiële tegemoetkoming kreeg vanwege een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van de minister, wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat haar uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit.
Appellant stelde hoger beroep in tegen het afwijzen van het verzoek om schadevergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de geschilomvang was getreden door zelf over het verzoek om schadevergoeding te beslissen, omdat de brief van de minister van 29 juli 2023 geen besluit over dat verzoek bevatte. De Afdeling vernietigde daarom het deel van het vonnis waarin het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De Afdeling draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen de afwijzing van de financiële tegemoetkoming en bepaalt dat tegen dat besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens moet de minister de proceskosten en het griffierecht van appellant vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het het verzoek om schadevergoeding afwees; de minister moet een nieuw besluit nemen.