ECLI:NL:RVS:2025:6170
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering omgevingsvergunning short stay-appartementen in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende een omgevingsvergunning voor de transformatie van een kantoorgebouw naar twaalf short stay-appartementen. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat deze appartementen een hotelfunctie vervullen en dat de fietsparkeerbehoefte niet adequaat was onderbouwd.
In hoger beroep betoogde appellant dat de bedrijfsvoering wel degelijk een hotelfunctie betrof, onderbouwd met voorzieningen en diensten die kenmerkend zijn voor hotels. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde dit niet, omdat de bedrijfsvoering niet hoofdzakelijk gericht is op gedeeltelijke verzorging zoals vereist. Ook de fietsparkeerbehoefte was onvoldoende gemotiveerd, aangezien het college uitging van een hotelfunctie die niet is vastgesteld.
Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van omwonenden verviel. Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen, waarbij het college en de Staat der Nederlanden werden veroordeeld tot betaling van een vergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd; schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegewezen.