ECLI:NL:RVS:2025:6184
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woonwagenstandplaats wegens betrokkenheid bij crimineel samenwerkingsverband
De burgemeester van Oss sloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woonwagenstandplaats voor zes maanden vanwege drugshandel en criminele activiteiten die vanuit de woning, schuur en een aangrenzend bosperceel werden verricht. De bewoners, [appellant A] en [appellante B], voerden bezwaar aan tegen de sluiting en stelden dat er geen ruimtelijke en functionele samenhang bestond tussen de percelen en dat de sluiting onevenredig was.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting vanwege de samenhang tussen de percelen en dat de sluiting niet onevenredig was. Het hoger beroep bevestigde dit oordeel. De Raad van State stelde vast dat de functionele samenhang onder meer blijkt uit het aantreffen van grote geldbedragen in de woning en het gebruik van de schuur als 'kantoor' voor het criminele samenwerkingsverband. Het tijdsverloop tussen de overtreding en sluiting was niet te lang om de sluiting ongeschikt te maken.
Verder oordeelde de Raad dat de sluiting evenwichtig was, omdat de bewoners zelf verantwoordelijk waren voor het vinden van vervangende woonruimte en de burgemeester hulp had aangeboden. Het betoog dat de burgemeester oneigenlijk handelde door de sluiting te gebruiken voor gemeentelijk uitsterfbeleid werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woonwagenstandplaats voor zes maanden wegens betrokkenheid bij criminele activiteiten.