ECLI:NL:RVS:2026:1224
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- C.C.W. Lange
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel in Almere
De burgemeester van Almere sloot op 30 maart 2023 de woning van appellant voor drie maanden vanwege drugshandel, gebaseerd op politieonderzoek en meldingen van buurtbewoners. In de woning werden aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs aangetroffen. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de burgemeester onvoldoende bewijs had voor drugshandel en dat de meldingen summier waren. Tevens voerde zij aan dat de sluiting onevenwichtig was vanwege nadelige gevolgen, zoals het vervallen van de omgangsregeling met haar dochter en ontbinding van de huurovereenkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant procesbelang had en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig was.
De Afdeling onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester zich op voldoende aanwijzingen mocht baseren, waaronder de aangetroffen handelshoeveelheden drugs en de kwetsbare buurt. De eerdere beleidsuitspraak van de Afdeling over artikel 13b Opiumwet werd als leidraad gehanteerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning wegens drugshandel en verklaart het hoger beroep ongegrond.