ECLI:NL:RVS:2025:6238
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens het hoger beroep heeft de minister alsnog een besluit genomen dat geheel tegemoetkomt aan de aanvraag van appellant. Hierdoor is het belang bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep komen te vervallen. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Afdeling overweegt dat het nemen van het besluit door de minister tijdens het beroep wordt aangemerkt als tegemoetkomen, waardoor de minister moet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.360,50 aan proceskosten, gerelateerd aan zowel het beroep als het hoger beroep.
Tegen het besluit van 6 februari 2025 is geen beroep van rechtswege ontstaan omdat appellant niet heeft aangegeven het niet eens te zijn met het besluit. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 24 december 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister het besluit inmiddels heeft genomen, en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.