ECLI:NL:RVS:2025:639
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit ondanks bewijsnood
Appellant, afkomstig uit Rusland en houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verzocht om naturalisatie. De staatssecretaris wees het verzoek af vanwege twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit, gebaseerd op een leeftijdsonderzoek uit 2001 en een herbeoordeling door het NFI in 2022, die concludeerden dat appellant ten tijde van zijn asielaanvraag meerderjarig was.
Appellant voerde bewijsnood aan en stelde dat hij geen vervangende documenten kon verkrijgen vanwege een verklaring van de Russische ambassade en reisbeperkingen. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelden echter dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan om de benodigde documenten te verkrijgen en dat de verklaring van de ambassade juist meer twijfel opriep.
Verder werd geoordeeld dat het evenredigheidsbeginsel niet tot een afwijking van het beleid leidde, ondanks de beperkte reismogelijkheden van appellant. Ook de communicatie van de staatssecretaris werd als voldoende duidelijk beoordeeld, en het ontbreken van een gesprek met de burgemeester werd niet als een tekortkoming gezien.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het naturalisatieverzoek afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.