ECLI:NL:RVS:2023:3326
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellante verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees dit af omdat de identiteit en nationaliteit van appellante niet met zekerheid konden worden vastgesteld. Het Bureau Documenten concludeerde dat het door appellante overgelegde Burundese paspoort niet bevoegd was opgemaakt en afgegeven, mede doordat het paspoort was verkregen op basis van een Nederlands verblijfsdocument en niet van een Burundese identiteitskaart.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van de staatssecretaris wegens onvoldoende motivering van nader onderzoek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris met een telefoonnotitie alsnog aan zijn vergewisplicht had voldaan en dat het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken terecht was toegewezen.
Verder werd het betoog van appellante dat zij niet aan de documenteis hoefde te voldoen op grond van het evenredigheidsbeginsel verworpen. De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris hoge eisen mag stellen aan het bewijs van identiteit en nationaliteit bij naturalisatieverzoeken en dat appellante onvoldoende had onderbouwd waarom van haar mocht worden afgeweken. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.