ECLI:NL:RVS:2019:120
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken bewijs identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat hij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands reisdocument kon overleggen, waardoor zijn identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld.
Appellant voerde aan dat hij in bewijsnood verkeert omdat hij niet in staat is de vereiste documenten te verkrijgen, onder meer doordat Soedan hem niet toeliet het land te bezoeken. Hij stelde dat hij alles had gedaan om de documenten te verkrijgen, waaronder het aanschrijven en bezoeken van ambassades.
De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat appellant niet voldoende had aangetoond dat hij in bewijsnood verkeert. Het enkel zonder resultaat aanschrijven of bezoeken van ambassades is onvoldoende bewijs. Ook ontbraken verklaringen van de Soedanese autoriteiten die bevestigen dat appellant geen visum kan verkrijgen.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris in bezwaar nieuwe argumenten mocht aanvoeren en dat het afzien van het horen van appellant in de bezwaarfase gerechtvaardigd was. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt omdat naturalisatieprocedures niet onder dat artikel vallen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.