ECLI:NL:RVS:2025:6396
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- J. Gundelach
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging positieve weigering natuurvergunning Yara Sluiskil wegens onjuiste toepassing intern salderen
Yara Sluiskil exploiteert een kunstmestfabriek en vroeg op 11 november 2022 een gewijzigde natuurvergunning aan. Het college van gedeputeerde staten van Zeeland weigerde deze vergunning positief op 21 maart 2023, stellende dat de stikstofdepositie niet zou toenemen ten opzichte van de referentiesituatie. MOB maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat het college ten onrechte intern salderen toepaste bij de voortoets.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de overschrijding van de beroepstermijn door MOB verschoonbaar was, omdat het college het besluit van 19 december 2018 niet aan MOB had toegezonden en de communicatie over de beslistermijn onduidelijk was. De Afdeling oordeelde dat de aanvraag betrekking had op een wijziging van een eerder vergund project en dat de gevolgen van het project op zichzelf beoordeeld moeten worden zonder toepassing van intern salderen.
Het college en Yara Sluiskil konden onvoldoende aantonen dat sprake was van één-en-hetzelfde project zoals bedoeld in de Habitatrichtlijn. De Afdeling vernietigde het besluit van 21 maart 2023 en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen volgens het juiste beoordelingskader, waarbij het belang van MOB werd bevestigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 21 maart 2023 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen volgens het juiste beoordelingskader.