ECLI:NL:RVS:2025:675
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijke dubbele nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 mei 2023 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde hem een vertrektermijn van vier weken op. De vreemdeling, houder van een geldig Brits paspoort, stelde tevens de Duitse nationaliteit te bezitten, wat volgens hem invloed had op de beoordeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde de Duitse nationaliteit aannemelijk en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdeling de Duitse nationaliteit niet ondubbelzinnig had aangetoond zoals vereist volgens het arrest Oulane van het Hof van Justitie. Omdat de vreemdeling geen geldig Duits paspoort of identiteitskaart overlegde en niet viel onder het Unierecht inzake vrij verkeer, moest hij als onderdaan van een derde land worden beschouwd. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond.
In de inhoudelijke beoordeling van het beroep stelde de Afdeling vast dat het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende geloofwaardig was. De door de vreemdeling aangevoerde bedreigingen en omstandigheden werden door de minister gemotiveerd als vaag en onsamenhangend beoordeeld. De Afdeling vond geen reden om het oordeel van de minister te wijzigen en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.