ECLI:NL:RVS:2025:863
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen wonen in strijd met bestemmingsplan met toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente wees het handhavingsverzoek van appellant af tegen het wonen in een wooneenheid die niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Na bezwaar verklaarde het college het handhavingsverzoek aanvankelijk gegrond, maar trok dit besluit later in vanwege concreet zicht op legalisatie door een ontwerpbestemmingsplan waarin wonen is toegestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het college terecht afzag van handhaving gezien het concreet zicht op legalisatie. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat het college geen beleid heeft om af te zien van handhaving en dat er geen belangenafweging heeft plaatsgevonden. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde echter dat het college op grond van het ontwerpbestemmingsplan mocht afzien van handhaving.
Daarnaast stelde appellant een verzoek in tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling constateerde dat de totale procedure meer dan vier jaar duurde, waarbij de overschrijding volledig aan het college moet worden toegerekend. Daarom werd een forfaitaire schadevergoeding van € 500 toegekend aan appellant.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en het college veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten voor de behandeling van het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegewezen met een vergoeding van € 500.