ECLI:NL:RVS:2025:872
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning asielzoekerscentrum Balk
Het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren verleende op 30 september 2019 een omgevingsvergunning aan het COA voor het tijdelijk realiseren van een asielzoekerscentrum in Balk. De rechtbank vernietigde dit besluit op 31 augustus 2021 wegens onvoldoende motivering van de behoefte aan 500 opvangplaatsen en het ontbreken van onderbouwing waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied kon worden voorzien.
COA en het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals appellant die incidenteel hoger beroep voerde. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was vanwege het belang bij een inhoudelijk oordeel, ook voor toekomstige vergunningaanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank onterecht uitging van verouderde en onjuiste cijfers en onvoldoende rekening hield met kwalitatieve factoren en trendmatige ontwikkelingen die de behoefte aan opvangplekken verklaren. Ook was het locatieonderzoek dat de keuze voor een locatie buiten bestaand stedelijk gebied motiveerde, voldoende onderbouwd.
Het betoog van appellant over het woon- en leefklimaat werd inhoudelijk beoordeeld en verworpen, waarbij werd geoordeeld dat ondanks dat delen van het terrein binnen de geurcirkel van varkens liggen, het woon- en leefklimaat als goed kon worden aangemerkt.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van COA en college gegrond, het incidenteel hoger beroep ongegrond, en vernietigde het besluit van 3 november 2021. Het griffierecht wordt aan COA terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van COA en college wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.