ECLI:NL:RVS:2025:918
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending verdedigingsbeginsel in inbewaringstelling vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 25 september 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 7 november 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank het verdedigingsbeginsel had geschonden door de vreemdeling niet in de gelegenheid te stellen te reageren op het standpunt van de minister tijdens een zitting die ondanks mededeling van afgelasting toch plaatsvond. Dit is in strijd met het fundamentele recht op hoor en wederhoor bij inbewaringstelling.
Gelet op deze schending vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Afdeling in acht moet nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.