ECLI:NL:RVS:2026:1038
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving omzettingsverbod zelfstandige woonruimte in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde aan [wederpartij] een last onder dwangsom op wegens overtreding van het omzettingsverbod van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, omdat vijf personen die geen huishouden vormen de woning bewoonden zonder vergunning.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college wegens strijd met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, met name omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het studentencriterium in de huisvestingsverordening niet discriminerend is en voldoet aan de Dienstenrichtlijn. Het college stelde hoger beroep in, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak ongegrond werd verklaard.
De Afdeling oordeelde dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op het vergunningstelsel, omdat dit stelsel specifiek van invloed is op de toegang tot of uitoefening van een dienstenactiviteit, namelijk het (ver)huren van onzelfstandige woonruimte. De gronden van [wederpartij] over het studentencriterium en andere voorwaarden voor vergunningverlening werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat de zaak handelde over handhaving en niet over vergunningverlening.
Verder werd geoordeeld dat de begunstigingstermijn van vier weken te kort was om aan de last te voldoen, gelet op de huurovereenkomsten van bewoners, en werd deze termijn verlengd tot drie maanden na de uitspraak. De opgelegde dwangsom werd als proportioneel beoordeeld. Het incidenteel hoger beroep van [wederpartij] verviel omdat het hoger beroep van het college ongegrond was.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 juli 2025 gegrond voor zover de begunstigingstermijn werd verlengd, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van dat besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 16 juli 2025 gegrond verklaard voor zover de begunstigingstermijn wordt verlengd tot drie maanden.