ECLI:NL:RVS:2026:1567
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.J. Borman
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard hoger beroep inzake openbaarmaking documenten omgevingsvergunning
Porco B.V. verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over een omgevingsvergunning. Het college maakte documenten gedeeltelijk openbaar, maar Porco maakte bezwaar tegen de weigering van volledige openbaarmaking. Na diverse besluiten en een uitspraak van de rechtbank werd het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Porco stelde dat het college onterecht het besluit op bezwaar op grond van de Wet open overheid (Woo) nam, terwijl de Wob van toepassing zou moeten zijn vanwege de overgangsperiode. De Afdeling oordeelde dat de Woo met onmiddellijke werking geldt en dat het college terecht de Woo toepaste. Verder werd geoordeeld dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar de gevraagde documenten en dat de stelling dat er geen aanvullende documenten zijn, niet ongeloofwaardig was.
Porco voerde aan dat het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) zwaarder weegt dan het belang van geheimhouding, maar de Afdeling stelde dat dit in een Woo-procedure niet relevant is. Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 24 oktober 2023 werden ongegrond verklaard.
De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de procedure met ruim vijf maanden was overschreden en kende Porco een immateriële schadevergoeding toe van €500. De proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding werden gelijkelijk verdeeld tussen het college en de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep en beroep zijn ongegrond verklaard; Porco krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.