ECLI:NL:RVS:2026:1647
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- J.J.W.P. van Gastel
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring en weigering schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene op 29 maart 2025 in bewaring met het oog op uitzetting naar Gambia. Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel, waarop de rechtbank Den Haag op 14 april 2025 de bewaring onrechtmatig verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of de minister het reële risico op schending van het non-refoulementbeginsel had beoordeeld en of de minister voldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel dan bewaring was toegepast.
De Afdeling oordeelde dat de minister wel degelijk een beoordeling van het non-refoulementrisico had gemaakt, mede op basis van verklaringen van betrokkene tijdens het gehoor. Ook was de minister terecht niet overgegaan tot het inschakelen van een arts voorafgaand aan de bewaring, omdat betrokkene aanspreekbaar was en geen medische stukken waren overgelegd die een lichter middel rechtvaardigden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van betrokkene wordt geacht rechtmatig en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.