ECLI:NL:RVS:2026:2897
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige uitschrijving uit basisregistratie personen door gemeente Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg schreef [wederpartij] op 16 februari 2024 uit de basisregistratie personen (brp) uit, na een adresonderzoek dat was gestart naar aanleiding van een melding van de verhuurder dat [wederpartij] niet meer op het adres woonde. Het onderzoek bestond uit het opvragen van waterverbruikgegevens, drie huisbezoeken overdag en het verzoek om een eigen verklaring en bankafschriften.
De rechtbank oordeelde op 7 februari 2025 dat het college ten onrechte had uitgeschreven, omdat het lage waterverbruik en het gebrek aan containerledigingen niet zonder meer konden leiden tot de conclusie dat [wederpartij] niet op het adres woonde. De rechtbank vond dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan, met name geen nachtelijke controles, terwijl de plaats waar iemand ’s nachts slaapt van grote betekenis is.
In hoger beroep betoogde het college dat nader onderzoek niet nodig was en dat het lage waterverbruik en de geringe containerledigingen voldoende bewijs waren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het college de verklaringen van [wederpartij] in de bezwaarfase had moeten betrekken en dat het adresonderzoek onzorgvuldig was omdat het niet was gebaseerd op een geheel van waarneembare omstandigheden. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college onterecht [wederpartij] uit de basisregistratie personen heeft uitgeschreven wegens onvoldoende en onzorgvuldig adresonderzoek.