ECLI:NL:RVS:2026:3492
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herzieningsverzoek woningsluiting op grond van de Opiumwet
De burgemeester van Roermond sloot op 12 september 2019 de woning van appellant voor een maand op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege aanwijzingen voor een hennepkwekerij. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar, waardoor het besluit onherroepelijk werd. Na een verzoek om herziening in juni 2021, dat werd afgewezen, stelde appellant dat het Openbaar Ministerie hem niet vervolgde voor overtreding van artikel 11a Opiumwet.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in een tussenuitspraak dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van appellant, zoals dakloosheid, verlies van inboedel, beëindiging omgangsregeling en PTSS. De burgemeester werd opgedragen dit te onderzoeken en het besluit te heroverwegen met een toereikende motivering.
De burgemeester motiveerde zijn afwijzing nader, maar stelde dat de persoonlijke omstandigheden geen nieuwe feiten waren en niet tot een andere beslissing zouden leiden. De Afdeling constateerde echter een motiveringsgebrek omdat niet was beoordeeld of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist was, waardoor de afwijzing van het herzieningsverzoek niet op dit moment kon worden beoordeeld.
De Afdeling draagt de burgemeester op binnen zes weken alsnog te motiveren of de weigering tot herziening evident onredelijk is, met inachtneming van de feiten en omstandigheden en het oordeel over de onmiskenbare onjuistheid van het oorspronkelijke besluit. De einduitspraak zal ook beslissen over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling draagt de burgemeester op het besluit te herzien en nader te motiveren binnen zes weken.